
“Als het water heel koud is, kan ik ook niet praten”
Hester (1969) - officier van justitie
Zwemt sinds 28 oktober 2022 in de Galderse Meren
Midden in de stad ligt een prachtig jaren-30 huis waar Hester in haar gezellige stadstuin een overkapping in Ibiza-sfeer heeft gecreëerd. We waren hier een keer met z’n allen om te genieten van een heerlijk ontbijt en hebben hier, in de tuin, voor het eerst ons ‘clublied’ opgenomen. Dit lied wordt regelmatig met elkaar gezongen, bij welk feestje, verjaardag of jubileum dan ook.
“Ik zat in het najaar van 2022 niet zo goed in mijn vel. Mirelle haalde mij over om een keer mee te gaan zwemmen. Het was oktober dus het water was best al koud. Ik liep zonder waterschoentjes het water in maar toen ik tot mijn knieën in het water stond zei ik “dit ga ik niet doen. Het doet zo’n pijn.” Ik ben uiteindelijk wel doorgegaan, maar op weg naar huis zat ik klappertandend achter het stuur. Bij thuiskomst heb ik lang gedoucht, maar ik werd niet meer warm die dag. Toch heb ik doorgezet, want ik dacht “Als Mirelle het kan, moet ik het ook kunnen”, en heb waterschoentjes en -handschoentjes aangetrokken. Binnen een maand stond ik niet meer te klappertanden.
Wat ik ontzettend fijn vind is dat we zo vroeg gaan zwemmen; om half negen rijd je alweer naar huis en
dan kun je je dag beginnen. Dat gevoel van ‘een beetje trots zijn op jezelf’.
Het samen zwemmen, we hebben een leuke groep, geeft me rust. Het zijn hele andere mensen dan waar ik normaal mee om ga en dat verbreedt je horizon.
In de zomer is het meer een lichamelijk activiteit, we zwemmen tot aan ‘de punt’, maar in de winter zwem je een beperkt stukje, dan gaat het meer over de kou. Dat zwemmen heeft meerdere dimensies.
Ik zal nooit alleen gaan zwemmen, dat is beroepsdeformatie; ik zou dan heel a-relaxed zijn.
Maar ik vind het wel fijn om soms even niet te praten; vooral als het heel koud is. Ik kan dan bijna niet ademhalen, ik kan helemaal niks meer en begrijp niet dat de anderen wel kunnen praten.
Ik heb een hele drukke baan, werk soms 40-50 uur per week en als ik piket heb sta ik 24/7 paraat. Wat dan fijn is dat, als ik ga zwemmen, ik echt helemaal ‘offline’ ben. Ik kan tenslotte mijn telefoon niet mee het water innemen.
Op mijn werk begrijpt niemand me, ook mijn vrienden niet. Maar dit samenzijn, op microniveau, vind ik fijn. Bij deze vriendschappen zit er een soort tijdslimiet op, dus je weet best wel veel van elkaar, omdat je eigenlijk die kleine dagelijkse dingen met elkaar deelt. Niemand is oppervlakkig en dat maakt het een bijzonder groepje.”