
“In zee, windstil, mooie deining en dan al die vogels; dat gevoel van harmonie”
Fleur (1947) - gepensioneerd ziekenhuismedewerker (patiëntenbetrekkingen en klachtenbemiddelaar)
Zwemt sinds september 2020 in de Galderse Meren
Als ik bij Fleur aanbel word ik al begroet door een mooi beeld in de tuin. Binnen prijkt een grote poster van ‘Breda Photo’, waar ze enkele jaren als vrijwilliger heeft gewerkt. Fleur is een vlotte 76-jarige vrouw, een vrolijke verschijning en, dat zie je bij al de zwemmers, altijd blij en opgewekt. Dit soort vrouwen zijn voorbeelden voor mij: zo wil ik ook oud worden.
“Ik ben al van jongs af aan een zwemmer. Toen ik ouder werd ging ik altijd zwemmen voor ik naar mijn werk ging. Ik stemde mijn afspraken erop af. Vóór het werk zwemmen deed ik alleen in de zomer, in een buitenzwembad, want binnenzwembaden vind ik niks.
Een jaar of vijf geleden kwam ik Laurin tegen en dat was het begin van mijn dagelijkse ochtendritueel; ik vond het heerlijk. Je begint de dag zo goed, je moet om negen uur weg zijn (want dan moet je parkeergeld gaan betalen) en dan heb je de hele dag nog om plannen te maken.
Ik kom veel in Zeeland en als het kan qua golven zwem ik elke dag in zee. Toen het lukte om het hele jaar door te zwemmen in de Galderse Meren, besloot ik ook in Zeeland de winter door te zwemmen. Als het in Zeeland te hard waait of de golven zijn te hoog, dan ga ik koud afdouchen om het niet te ontwennen. De term ‘een koude douche’ voelt wel als een contradictio in terminis; een douche hoort gewoon warm te zijn!
Ik mis het als ik niet gezwommen heb. Lukt het een keer niet, dan ga ik wandelen en fietsen doen we ook veel. Ik voel me echt lekker, energieker als ik gezwommen heb. Weer of geen weer. De hele beleving; die natuur, de kleine gansjes en die pulletjes. Je kunt er ook tussendoor zwemmen; ze accepteren het.
Dat sociale aspect is er later bij gekomen. Het groepje werd groter; eigenlijk zijn het allemaal vrienden geworden. Enkelen zwemmen de winter door. Het voordeel is wel dat het werkt als een stok achter de deur en Laurin is een enorme stimulator. Tijdens het zwemmen praat ik niet; er is veel te zien en ik zit dan in mijn bubbel, in de stilte.
Mijn mooiste ervaring is toch wel zwemmen in zee. Moet je je voorstellen: windstil, mooie golfslag, dat gevoel van harmonie, die deining, alsof je zweeft, je voelt helemaal niets meer, je bent in je eentje, je ziet meeuwen, aalscholvers, scholeksters, drietenige strandlopers langs de vloedlijn; met je hoofd net boven het water zie je gewoon zo’n hele rand meeuwen.
Er zwom zelfs een keer een zeehond bij me, dook weer onder en dan ineens zie je dat koppie weer boven water. Daar ben je de hele dag blij van.
Als het heel koud is, dan laat ik eerst de onderkant wennen, binnen een minuut past je lijf zich aan, je adem is er dan aan gewend en dan loop ik rustig het water in.
Als het met bakken uit de lucht komt heb ik geen zin, maar dan verwacht Laurin toch dat ik meega, wat ik dan dus ook doe. Ik heb daarna nooit spijt.”