
“In de winter heb ik nauwelijks een winterjas nodig”
Mirelle (1969) - advocaat en mediator
Zwemt sinds 9 oktober 2022 in de Galderse Meren
Als ik het terrein opwandel, voor mijn afspraak met de opgewekte Mirelle, hoor ik het gekakel van de kippen al. Ze is bezig in haar moestuin en biedt me een kop thee aan. Zij was degene die mij introduceerde bij ‘het zwemclubje’, vijf dames variërend in de leeftijd van 48 tot 53 en allen nog werkzaam.
Zij vertelt dat haar eerste ervaring met koudwaterzwemmen was op 2 oktober 2022; zij was voor een cursus op Terschelling; een van de medecursisten vroeg of er iemand zin had om de volgende ochtend mee de zee in te gaan.
“Ons hotel lag aan de duinen, dus we konden met badjas en slippertjes aan het strand oplopen. Het was best wel mooi weer, maar niet heel warm. Dat was voor het eerst dat ik in koud water ben gaan zwemmen. De dag daarna ben ik weer gegaan, want ik vond het echt tof; hier krijg je een echte kick van.
Een vriendin van mij, Esther, zwom al jaren in de Galderse Meren. Ik dacht steeds “dat mens is gek; hoezo rij jij telkens een kwartier naar de Galderse Meren om dan 10 minuten te gaan zwemmen?” Ik heb toen gevraagd of ik een keer mee mocht en ben niet meer opgehouden.
Ik had me er van tevoren helemaal niet in verdiept, maar het voelt goed en dat is voor mij voldoende. Ik merkte gaandeweg dat je een inwendig kacheltje hebt wat je opwarmt, er gebeurt wel iets in je lichaam door die kou, en dat geeft een kick. Daar heb je gedurende de dag, zeker in de winter, profijt van: ik heb het bijna helemaal niet meer koud. Ik heb ook eigenlijk nooit meer een winterjas nodig.
Ik ga eerlijk gezegd nooit alleen zwemmen, zo’n held ben ik toch ook niet. Ik vind het wel fijn als er iemand bij is. Ik denk niet dat ik daar verdrink, maar het is voor het idee. Bij de Galderse Meren weet je precies wat je te wachten staat. Geen rare dingen, je weet waar je wel of niet kan staan.
De setting van de Galderse Meren, die natuur daar, de bomen, de zon, de lucht, de seizoenen, met dat mooie uitzicht, dat heb je nergens. En dan in combinatie met het zwemmen, daar is het mij om te doen. Die natuur vind ik zeker een substantieel onderdeel van de beleving.
Mijn koudste temperatuur was drie graden of zo; dit getal is meer voor mezelf belangrijk want als je in drie graden kunt zwemmen dan kan ik eigenlijk overal zwemmen. Dan is de temperatuur op geen enkel moment het bezwaar. En of het nu drie graden is of acht graden, het is toch koud.
Als ik het water in ga zorg ik dat ik rustig ademhaal en verder bereid ik me niet voor.
Ik had niet verwacht dat wij er zo’n heel circus van zouden maken, maar dat vind ik wel leuk eigenlijk. We ‘moesten’ een logo, een clublied, al die gadgets, medailles, kruikzakken, weet ik wat niet allemaal, fotoboekjes. Dat had ik er allemaal niet bij bedacht, maar dat vind ik wel een hele leuke bijkomstigheid.”