top of page
Cirkel-02-Florine.jpg

“Ik zou het liefst altijd buiten willen zijn”
 

Florine (1970) - haptotherapeut
Zwemt sinds 25 augustus 2022 in de Galderse Meren

 

Natuurlijk, Florine is buiten, helemaal in haar element, als ik haar bezoek. Een prachtige, verstilde plek in de natuur, met rondom bosjes en uitzicht een weilandje. In de oude bomen ontwaar ik een boomhut en achter het huisje een op hout gestookte hottub. Wat een ontspannen omgeving als je als cliënt hier mag komen voor een behandeling bij de haptotherapeut.
 

Florine vertelt: “Als ik ’s morgens vroeg wakker ben, ga ik graag wandelen. Maar ik vind het heel fijn om dingen samen met iemand te doen, dus toen Esther vertelde dat zij ’s ochtends vroeg was gaan zwemmen in de Galderse Meren besloot ik een keer mee te gaan. Ik dacht “dat vind ik vast vreselijk”, maar ik vond het na twee keer fantastisch, écht fantastisch.
 

Het idee om de hele winter door te zwemmen leek me een uitdaging. We zagen het andere mensen ook doen. Esther had twee mannen gezien op parkeerplaats P1, die stonden daar koffie te drinken en te proosten op het feit dat ze al een jaar zwommen. Zij trokken daarna een heel sjiek pak aan en gingen door naar het werk. Dat vond ik zo geniaal, toen dacht ik “dat wil ik ook doen”.
 

Ik merk wel dat ik door het zwemmen iets minder kouwelijk ben geworden. Ik heb last van het syndroom van Raynaud, dat is een syndroom op basis van een koude prikkel: binnen vijf seconden knijpen je bloedvaten zich dicht (vaatspasmen) en de doorbloeding van de zenuw stopt ook. Mijn vingers en tenen worden dan gevoelig en wit. Een lange douche na het zwemmen is een must voor mij. Verder merk ik dat mijn stemming beter is geworden, vooral in de winter als er minder licht is.
 

Als er niemand kan ga ik ook wel alleen zwemmen. Het weer houdt me nooit tegen, tenzij het regent en er veel wind is, dat kan een reden zijn om een keer niet te gaan. Als ik alleen zwem, dan zwem ik met mijn knieën vlak boven het zand zodat ik, als ik me niet goed voel, zo het water uit kan kruipen.
Het eerste wat ik doe als ik het water in ga, is me verbinden met de ellende, de kou en eventuele pijn. Dat helpt. Dan denk ik “dit is wat het is, dit is de last die ik moet voelen”; ik probeer het niet te isoleren maar ernaar toe te voelen.
 

Het mooiste vind ik als ik ’s ochtends het strand op loop, de zon schijnt en het niet waait; het is een soort stille beleving. En als het buiten dan kouder is dan het water, dan is het water heel zacht, net alsof je door Nivea of Dove zwemt.
 

Ik heb ergens gelezen dat water minimaal twee graden wordt, ook als het bevroren is, dan bevriest alleen de bovenlaag. Ik was nieuwsgierig of mijn lijf het aan zou kunnen om de koudste, of bijna koudste temperatuur, aan te kunnen en dat is dus zo. Een soort competitie met mezelf. Mijn koudste temperatuur was 2,1 graad.
 

Maar ik heb nog een uitdaging; ik zou graag nog eens in een wak gaan zwemmen; dat lijkt me geweldig.”

  • Facebook
  • Instagram
bottom of page